Mindset en groepsdynamiek

Woede in je buik, verstand in je kop en mededogen in je hart

Mindset

Wielrennen is een spel van afwisselend samenwerking en competitie. Daarnaast moet je om hard te gaan gedoseerde agressie in jezelf aanboren. En agressie gaat niet altijd samen met verstandig of empatisch zijn. Het racefietsen in groepen stelt dus tegenstrijdige eisen wat betreft je mentale houding.

Vooraf denk je vaak anders dan je tijdens de rit doet
Je bent van plan om een rondje rustig te rijden. Maar er rijdt een lekker groepje langs. En je haakt aan. En ineens rij je veel harder dan je van plan was.
Iedereen in de groep heeft zware benen en wil het rustig aan doen. Je weet eigenlijk wel: langzaam maar zeker gaat het harder. Met uitzondering van zeer gedisciplineerde wedstrijdrijders die een bepaalde training doen, gaan de meeste rijders in een groepje uiteindelijk toch hard rijden. Ook ik, ook jij. Onder invloed van adrenaline gaat ons denken anders dan in rust. Trek je je fietsschoenen aan en voel je het zadel, dan zegt het lijf : “Yes, gas!”
Hoe het werkt werkt het, je doet soms niet wat je je voorgenomen hebt of wat verstandig is. Je handelen wordt niet alleen door je verstand bepaald. Het aardige is dat er wel een voorspelbaarheid in zit. Door die voorspelbaarheid kun je er rekening mee houden.

Hoe ermee om te gaan?
Als je weet hoe je mindset verandert tijdens het rijden kun je ingrijpen in dat mechaniek, bijvoorbeeld door op een andere, positieve manier tegen langzaam rijden aan te kijken. Het beeld van langzaam rijden verander je van negatief: ‘loser’, ‘slecht’ of ‘zwak’ naar positief: ‘herstel’, ‘opbouw’, ‘vacances’.

Afspraken maken verstandig èn moeilijk
Je kan proberen afspraken te maken, ook in informele groepen. Waar wordt hard gereden? Gaan we sprinten of niet? Zodat je wel lekker competitief los kan gaan, maar dan op een goede plek en niet op een vol en druk fietspad bijvoorbeeld. Heel verstandig zeker. Maar ook hartstikke moeilijk.
Je weet niet zeker of je het zelf wel wilt. Anderen roepen dat we ‘gewoon een rustig rondje’ gaan rijden en willen het er eigenlijk niet over hebben. Jij wilt je ook niet in de kaart laten kijken. Bovendien weet je dat anderen gaan reageren. Terwijl je zegt dat je wilt afspreken of en waar er hard gereden wordt krijg je te horen: “Zo, je bent in vorm zeker.”
Niets regelen of iets afspreken waar toch niet aan gehouden wordt betekent dat er ook op foute plekken vol gas wordt gegeven.

Beeld over andere weggebruikers
Als je elke week in weer en wind met je groep een bepaalde route rijdt dan vind je het vervelend als ‘jouw’ route op zomerse dagen in beslag genomen wordt door ‘mooi weer’-fietsers.
smalle weg

De kunst is daar een ander positief beeld c.q. gevoel aan te koppelen. Een woord als ‘medeweggebruikers’ heeft bijvoorbeeld een ander effect op je mindset dan het woord ‘ander verkeer’.
Een slimme mindset is nog moeilijker te creëren als het fout of bijna fout gaat. Je wordt bijvoorbeeld gesneden door een auto of een E-bike. De adrenaline was al hoog van het fietsen en nu dit nog. Je schrikt en wordt woest.
Heel begrijpelijk, emotioneel heel bevredigend:), maar meestal niet zo slim.
Zie ook: Omgaan met medeweggebruikers

Kennen van je eigen ‘neigingen’
Sommigen voelen als ze op kop rijden een soort van druk van achteren om leider van de groep te zijn en gaan dan harder door de bebouwde kom of bij tegenliggers dan misschien handig is. Bij het rijden door de  bebouwde kom gaat het van voren rustig, van achteren wordt het al gauw hectischer. Omdat er toch in de rij iets meer en harder geremd wordt. Hou daarmee als voorste rekening door nog rustiger door een bocht te gaan, om andere gebruikers heen te gaan enz. Zodat de achterste rijders niet te hard gaan rijden om te volgen.
Anderen hebben meer druk om ‘leider’ te zijn door tegenliggers als objecten of hindernissen te zien.
Het is goed om van jezelf te weten wat jouw neiging is en daarmee rekening te houden door tegen die neiging in functioneel juist te rijden.

Schakelen in je kop
Tijdens een rit moet je dus kunnen schakelen in mindset. Tussen woede in je buik, verstand in je kop en mededogen in je hart.
Probeer je zelf voor te programmeren op verschillende situaties. Waar heb je een wedstrijdstand nodig, waar een toerstand of soms zelfs een flaneerstand (langs de terrassen:)). Hoe voelen die verschillende mindsets? Hoe snel kan je wisselen? Hoe doe je dat, dat schakelen van mindset?
Als je in volle vaart een ouder met een klein kind tegenkomt op een fietspad: terugschakelen naar mededogen en toermodus. ‘Leuk dat zo’n kind al op de fiets zit’.
Als je bijna in een scheldpartij of erger dreigt te komen: de-escaleren. Heb een startopmerking paraat: “Gaat het?’’ “Oef, hier moet ik even van bijkomen.”
In de bebouwde kom: ‘interval rust’ en genieten van de terraszitters.
Je schakelt niet alleen je derailleur maar ook je mindset. Zoals topsporters die kort voor een wedstrijd nog relaxt een interview geven, terwijl ze al lang in de wedstrijdvoorbereiding zitten. En dan, tjak, schakelen naar de wedstrijdstand. Dat is mooi om te zien. Of een sprinttrein in volle finale. Dat is niet alleen blinde woede in de benen. De lead-outmannen en de sprinters blijven kijken en communiceren.
Mooi ook om dat schakelen in de mindset ook zelf te kunnen. Een zonnige zondag is een goed moment om dat te oefenen:)

 

Groepsdynamiek
Het beheersen van je mindset is niet alleen een individuele zaak. Ook de groepsdynamiek zorgt voor een vloeiend of hectisch, een veilig of onveilig, een sociaal of niet sociaal weggedrag.

Status en invloed
De verstandigste mensen hebben niet altijd de meeste invloed. De status van de rijders in een groep is verschillend. Meestal hebben de sterkste benen de grootste invloed. Zij kunnen die ook aanwenden voor een slim rijden als groep. Of ben je alleen met je eigen ding bezig?
Als zwakste heb je meestal minder status en ben je al druk genoeg om jezelf in koers te houden. Om dan toch invloed uit te oefenen op het groepsgedrag moet je wel sterk in je kop zijn.

Er is een bepaalde cultuur in de groep. Vraag maar naar de bijnaam die de groep van anderen krijgt:)

Allemaal zaken die soms een slim fietsen in de weg zitten. Hoe dat te veranderen of te verbeteren?
Het is al moeilijk om je eigen mentale houding te beïnvloeden, die van een groep te veranderen is nog lastiger.
Feedback geven, het goede voorbeeld geven of met je voeten stemmen en afhaken, het is een begin. Over feedback gaat het in: samenwerking en communicatie/elkaar coachen
Zie ook: waaierrijden/ samenwerking en communicatie

 

Helm als mindgame
giro synthe
Je stapt vaak met een ander idee op de fiets dan het later wordt.
Je mindset vooraf: een rustig rondje in m’n ééntje. En dus (???) geen helm op. Er komt een groepje voorbij, je pikt aan en ineens rij je hard, in een groep, die je ook nog niet eens kent.
Het is winter. Je hebt een muts op in plaats van een helm, want je gaat een rustige duurtraining doen. En jij als echte wielrenner hebt meer dan voldoende vaardigheden voor zo’n rustig ritje, toch? Sterker: de muts zet je mindset op ‘rustig’.:) Blijkt de weg wel een beetje nat en glad te zijn.
De dag voor de grote tocht in de bergen doe je een rustig ritje bergop in eentje. Knie- en armstukken aan, benen een beetje los rijden. Dus geen helm, waarom ook? O ja, ook nog afdaling, o ja, ander verkeer.
Naar de wedstrijd toe fiets je met je helm op/aan de rugzak, want pas echt hard gaat het in wedstrijd. Daaraan herken je de echte wielrenner, toch? Een helm is voor toerrijders of alleen als het verplicht is in de wedstrijd. Een pizzakoerier heeft haast en gaat aan de foute kant van een paaltje langs….

Herkenbare situaties?
Je bedenkt wat anders dan het uiteindelijk wordt. Allerlei gedachteconstructies zijn er (on)bewust om niet het juiste te doen.
Een helm zweet bergop! Ja, en zonder helm zweet je niet? Heb je ook nog een verbrande kop. Helmen worden de laatste jaren zelfs weer dichter vanwege aerodynamica en dan rijden we er wel mee.
Hoezen onder of over helm werken tegen kou even goed als alleen een dikke muts op je hoofd, waaronder je oorlelletjes steeds uitpiepen?
Snap je jezelf nog?:)

Geen bezwaar, maar toch… een hersenkraker
Kortom: Technisch gezien is er geen bezwaar tegen een helm, er zijn alleen maar voordelen. Maar toch doen we soms niet het juiste. Dit is geen moreel oordeel, van “Boe, mag niet” of “Stom”. Je maakt je eigen keuzes, toch? Het is wel een constatering met een vraag om verder te denken.

De helm is een hoofdzaak, niet alleen om je hersens te beschermen, maar ook om ze te gebruiken:). De helm is in feite een mindgame.
Je traint wel je mindset voor de wedstrijd of cyclosportief, maar niet voor een mindgame als de helm? Zoek een manier om voor jou een positieve mindset te hebben over de helm. ‘Stoer’, ‘goed voorbeeld, want jij hebt de meeste invloed’, ‘goed tegen zonnebrand’, ‘hoef ik niet steeds na te denken of het nu zo hard zal gaan dat ik hem wel op doe of dat het zo langzaam zal gaan dat ik zonder helm ga’. Kijk wat jouw mind bepaalt en probeer er een functionele draai aan te geven. Het spelen met je mindset is een prachtige game waar je ook in andere (wedstrijd)situaties veel plezier aan kunt beleven.

PS. In bepaalde niet-fietsminded landen zoals de USA, wordt de nadruk gelegd op het dragen van een helm door mensen die daarmee willen afleiden van de manier waarop de wegen zijn ingericht ten voordele van de auto’s en het gedrag van de automobilisten.
Zie bijvoorbeeld: https://usa.streetsblog.org/2018/02/14/how-americas-bike-helmet-fixation-upholds-a-culture-of-unfettered-automobility/
Dit is een belangrijke manier kan kijken en discussie, maar laat het vooral geen reden zijn om je helm niet op te zetten.

Zie ook: De fietsbel als mindgame

Leren en instrueren

Leren of niet leren, dat is een kwestie

Niet leren
Wielrennen is een vergevingsgezinde sport. De meeste fouten zijn gelukkig ‘zonder erg’. Maar daar zit ook een nadeel aan: er wordt relatief weinig van geleerd. Omdat het meestal goed afloopt leer je niet je op die punten te verbeteren.
Je schat groepsgenoten soms verkeerd in. Mensen kunnen perfect op een prachtige fiets zitten, hard trappen en zelfs koersen rijden, maar daarmee rijden ze nog niet per se veilig in groepen op de openbare weg. Voordat je bijvoorbeeld bij iemand in het wiel gaat zitten wil je wel weten of hij bij plassen uitwijkt of niet. Kortom: voor het fietsen in groepen hoef je niet veel te leren, maar er valt wel veel te leren. Door in een trainingsgroep te gaan, en ook door te leren van de (bijna) ongelukken en schoonheidsfouten. Gedachten als ‘Pech, die dingen gebeuren nu eenmaal’ kunnen juist zijn, maar het zijn ook denkstoppers: je ontneemt jezelf de mogelijkheid ervan te leren. Het analyseren van een (bijna-)ongeluk geeft vrijwel altijd aan dat er niet één fout is, maar dat er een keten van minder goede acties en reacties was. De interessante vraag is dan niet zozeer ‘Wie is schuldig?’, maar ‘Waar had jij iets kunnen doen om die keten te onderbreken?’ Daar wordt je beter van.
Maak er een gewoonte van om situaties die fietstechnisch beter hadden gekund met elkaar te bespreken.

Onbewust (niet) leren
Veel bewegingen leer je onbewust vanzelf. Hardlopen bijvoorbeeld. Of eigenlijk leert je lijf dat. Daar hoef ‘jij’ niet veel aan te doen. Veel en vaak je loopschoenen aantrekken volstaat. Andere sporten, zoals schaatsen leer je sneller door bewust te leren. Fietsen zit tussen hardlopen en schaatsen in.
In Nederland leren we allemaal onbewust fietsen. Eerst met hulpwieltjes en een handje in de rug. Geen uitleg over gyrospie, maar hup gewoon veel doen. En dan: Kijk eens mama, met zonder handjes!! En dan kan je fietsen.
Bij het fietsen blijken we heel veel uren gestoken te hebben in het rechtuit rijden. In bochten eigenlijk niet. Bijna iedereen houdt zijn benen stil waar je kan doortrappen.
In het onbewuste leren was daar ook geen stimulans toe. Hetzelfde geldt voor het fietsen in de bergen. Je rijdt 6 uur bergop en 1 uur bergaf. Hoeveel minuten daarvan zijn echt afdalen? Heel weinig. De weg, het verkeer is er niet naar. Je mag even lekker uitbollen.
Bij het fietsen in groepen op de openbare weg zijn vaardigheden nodig, die je meestal niet onbewust al hebt geleerd.

Wel (bewust) leren
Individueel kun je veel basisvaardigheden leren. Onder goede omstandigheden oefen je die, zodat je reflexen het juiste doen als het onverwacht wat ingewikkelder wordt.
Zie ook: Basisvaardigheden

De specifieke vaardigheden voor het rijden in groepen kun je goed leren van een ervaren renner, in een trainingsgroep of in wedstrijden op een afgesloten circuit.
In informele groepen moeten we het hebben van leren van elkaar. Daarbij is feedback geven en ontvangen de kunst.

 

Dat is niet altijd makkelijk, zeker in ‘de hitte van het moment’. Onder Communicatie en samenwerking vind je suggesties daartoe.

Waar moet je op letten als je bewuster gaat leren. Didactiek

Nooit over je grens heen gaan
Volg altijd je eigen risicogevoel. Bijvoorbeeld bij het oefenen van bochten.
Beter steeds in kleine stapjes jezelf verbeteren, dan een keer over de grens heen gaan. Binnen het wielrennen is vaak er een valse trots als je gevallen bent. Je bent dan een echte wielrenner, het behang is eraf. Enzovoorts. Je mag ook wel zonder valpartij trots op jezelf zijn, bijvoorbeeld als na veel oefenen een strakke bocht weet te rijden.:)

En weet dat in een groot prof- of elite-peloton je niet anders kan rijden dan met een behoorlijk risico. Deze rijders zijn echt wel wat handiger dan de meeste van ons. En bovendien in kleinere groepen op de openbare weg kan je toch wel goed van voren rijden, ook als je bepaalde risico’s uit probeert te sluiten.

In stukken hakken en de delen in opbouw achter elkaar oefenen
Bijvoorbeeld het duwen van een mederijder. Neem eerst een hand van het stuur en strek die voor voor je uit. Zonder dat je een zijwaartse beweging maakt. Daarvoor zal je heel subtiel je gewicht wat moeten verplaatsen. Pas dan raak je de te duwen persoon heel zachtjes aan op de onderrug. En wel in het midden. Dan ga je duwen in voorwaartse richting. Pas op dat je de ander niet opzij duwt en daarmee ook jezelf naar de andere kant. Daarvoor moet je dichterbij komen dan je misschien in eerste instantie durft. Rustig opbouwen dus.
Het duwen met een echte afzet is pas een laatste stap in die hele in stukken geknipte oefening. Je ziet hoeveel stukken dat wel niet zijn. Je gaat het snel leren, maar wel als je het netjes opbouwt.

Ander voorbeeld: in en uit de kant wippen. Op de kant van het asfalt slip je het makkelijkst. Met de kans op vallen. Leer de angstreflex om koste wat het kost op het asfalt te blijven ombouwen naar het makkelijk in en uit de kant springen. Geen angst maar spelplezier door trapsgewijs in te oefenen.
Zoek een plek die makkelijk is om te oefenen. Op het asfalt oefen je met het optrekken van je voorwiel.
Ook met het haaks van de weg af rijden, zoals je een tramrails oversteekt. Daarna doe je dat wat schuiner zoals nodig is bij herstelvaardigheden.
Later weet je niet beter, zo gemakkelijk gaat het en kan je er je zelf en anderen mee uit een lastige situatie redden.

Voorzichtig aan
Elleboog aan elleboog rijden gebeurt soms per ongeluk. Soms is het gewoon handig om compact te rijden. Het grote gevaar is dat je dat contact probeert te vermijden en van elkaar wegleunt en juist daardoor de sturen in elkaar haken. Je kan het beste leunen tegen elkaar met elleboog en/of schouders.
Dat oefen je ook weer in stapjes. Je rijdt naast elkaar, voorzichtig steeds dichterbij totdat je met elleboog/schouder tegen elkaar tikt. Tot dan is het nog relatief gemakkelijk. Het moeilijkst is het loskomen. Sommigen hebben de neiging om zich met een stevige duw van de ander af te duwen. Daar mee red je wel jezelf maar maak je het de ander knap lastig. Goed is als je dichter naar elkaar stuurt, waardoor je fiets bijna rechtop staat. En je bijna vanzelf los komt. Eventueel met een minuscuul klein duwtje.

Onbewust oefenen, inslijpen
Via het bewuste oefenen krijg je natuurlijk nog geen routine. Te meer daar sommige natuurlijke reflexen niet de juiste reacties zijn.
Er zijn in een toerrit, in een verplaatsing tussen twee oefeningen altijd mogelijkheden om een beetje extra te oefenen. Bijvoorbeeld bochten rijden. De meeste groepen remmen te veel voor een bocht en de hele groep gaat zo ongeveer stilstaand door een bocht.
Neem wat afstand van je voorgangers dat je nog wat snelheid hebt en kies een goede bochtlijn en goede houding.
Andere voorbeelden zijn door grind rijden of het in en uit de kant wippen.
Ritsen bij een tegenligger is een situatie die je heel makkelijk kan oplossen. Maar als dat niet goed wordt uitgevoerd kan het nog een heel gedoe worden.
Rechtsvoor moet in het gat/ruimte duiken dat er vrijwel altijd aan de rechterkant is, evt via de berm. Zodat hij ruimte creëert voor degene achter/naast. De natuurlijke reflex is ook voor rechtsvoor om te remmen omdat hij een obstakel ziet en niet de kleine ruimte daarnaast. Je kijkt dan naar de ‘muur’ ipv naar het ‘gat’ in de muur. Linksvoor moet zo nodig rechtsvoor coachen met woord en gebaar (duwtje) om de situatie te ontscherpen.

Zie verder de specifieke vaardigheden onder hoofdstuk ‘Rijden in groepen’.